Een korte geschiedenis van het muntgeld.
...de edelmetalen en met name het goud vertegenwoordigde, ook in kleine hoeveelheden, een grote waarde. Het was en is dan ook van groot belang om het gewicht van het aangeboden goud zo zuiver mogelijk vast te stellen. De oplossing voor het nauwkeurig wegen van het goud werd gevonden in de invoering van het 'goudschaaltje'.
Het volgende probleem dat zich nu voor deed was de tijd die gepaard ging met het telkens opnieuw afwegen van het goud. Men bedacht daarom dan ook om over te gaan tot het invoeren van muntstukken die door een bepaalde autoriteit waren uitgegeven. De uitgifte door een dergelijke autoriteit bood de garantie dat een bepaalde munt een bepaalde waarde (vastgesteld gewicht) vertegenwoordigde.
Muntgeld in de Nederlanden
Het Koninkrijk der Nederlanden is in 1819 begonnen met het slaan van (gouden) munten. De eerste gouden munten waren de gouden tientjes, later werden ook de vijfjes ingevoerd. Op de keerzijde van de munten werd een jaartal en een waardeaanduiding opgenomen. Wij zijn nu van mening dat een waardeaanduiding vanzelfsprekend is, maar in de tijd dat munten vervaardigd waren van edelmetaal veranderde de waarde nogal eens naar mate de waarde van het edelmetaal veranderde.
De afbeeldingen van de vorsten op de Nederlandse munten varieren van naar links kijkend of naar rechts kijkend afgebeeld. Een en ander geldt omgekeerd voor de zilveren munten. De vorsten op de zilveren munten kijken een andere kant op dan dezelfde vorsten op de gouden munten. Deze wijziging is ingevoerd om valsmunterij tegen te gaan. Een zilveren 10 gulden kon op die manier niet verguld worden in goud, omdat de afbeelding van de vorst de 'verkeerde' kant op keek.
